top of page

vanaf de middelbare
schoolleeftijd

Er kunnen verschillende problemen op het gebied van voeding en gewicht optreden in de loop van de ontwikkeling van kind naar volwassene. Hier geven we een overzicht van een aantal eetstoornissen die kunnen voorkomen bij adolescenten:
 

Anorexia Nervosa

Anorexia Nervosa kan in haar zuivere vorm optreden of kan samen voorkomen met een andere psychiatrische stoornis, zoals een depressie, een angststoornis, een obsessieve-compulsieve stoornis of autismespectrumstoornis.

Zoals eerder aangegeven zien we een verschuiving van het ontstaan van deze eetstoornis naar een jongere leeftijd. Een aantal factoren worden verondersteld hier een rol in te spelen, zoals een vroeger optredende puberteit, toegenomen stress op verscheidene levensdomeinen, en het feit dat men door adequatere informatie alerter is geworden voor deze problematiek, de herkenning ervan vlugger gebeurt en men bijgevolg sneller hulp zoekt. Tevens is er het toenemend probleem van overgewicht bij kinderen. Dit maakt dat er meer aandacht is voor gezond eten en bewegen, en kinderen die hier gevoelig aan zijn kunnen hierin doorschieten.

Meer nog dan bij volwassenen ziet men een sluipend begin van de ziekte, met een gedragsverandering die aanvankelijk vaak onschuldig lijkt: minder snoep eten, calorierijke voedingswaren (aanvankelijk vaak op een onopvallende manier) mijden en meer aan sport doen. Hierna volgt een fase waarin daadwerkelijk gevast wordt en het activiteitenniveau buiten proporties stijgt. Het streefgewicht wordt telkens naar beneden bijgesteld en er worden in toenemende mate voedingsmiddelen uitgesloten uit het dieet. Sommige kinderen/ jongeren gaan ook over tot het tellen van calorieën en de buikspieroefeningen worden buitensporig.

Critera (DSM-5):
 

  • Beperking van de energie-inname ten opzichte van de behoefte, wat leidt tot een significant te laag lichaamsgewicht voor de lengte, leeftijd, sekse en lichamelijke gezondheid. Een significant te laag gewicht wordt gedefinieerd als een gewicht dat lager is dan het minimale normale gewicht.

  • Intense angst om aan te komen in gewicht of dik te worden, of aanhoudend gedrag om gewichtstoename te voorkomen, zelfs bij een significant te laag gewicht.

  • Verstoring van de manier waarop het lichaamsgewicht of het figuur wordt ervaren, onevenredig grote invloed van het gewicht of het figuur op de zelfwaardering, of een aanhoudend gebrek aan inzicht in de ernst van het lage lichaamsgewicht.

Er worden 2 types onderscheiden:

  1. het restrictieve type, waarbij eetbuien en purgeergedrag niet voorkwamen in de voorbije 3 maanden, en waarbij het ondergewicht voornamelijk gecreëerd wordt door diëten, vasten en overmatige lichaamsbeweging.
     

  2. het eetbuien/purgerende type, waarbij er sprake is van eetbuien en purgeergedrag (bv. zelfopgewekt braken, misbruik van laxeermiddelen, misbruik van diuretica).


Bij kinderen en jongeren is het essentieel om gewicht en lengte steeds te bekijken in functie van de eerdere groeicurve, om na te gaan wat het percentage gewichtsverlies is, en of er een afbuiging van de lengtecurve is.

Op basis van de European Study of the Epidemiology of Mental Disorders kan een schatting gemaakt worden van het voorkomen van anorexia nervosa bij jonge vrouwen tussen 10 en 30 jaar in België, en komt men op een lifetime prevalentie van 3,7%.

Naar de etiologie van anorexia nervosa wordt, net als bij andere eetstoornissen, heel wat onderzoek gedaan. Er is sprake van een multifactorieel model waarbij voorbeschikkende, uitlokkende en onderhoudende factoren worden onderscheiden, en waarbij zowel biologische, psychologische, als omgevingsfactoren een rol spelen.

Boulimia Nervosa

Boulimia Nervosa komt zelden voor bij kinderen jonger dan 12 jaar. Meestal gaat het om een combinatie van eetbuien en braken ter compensatie hiervan. De klinische presentatie is dezelfde als bij volwassenen: episodes van eetbuien treden afwisselend op met pogingen om gewichtstoename te vermijden. Ook hier bestaat een extreme preoccupatie met gewicht en lichaamsbeeld, en kan automutilatief gedrag zoals krassen voorkomen, evenals alcohol- en drugsmisbruik en ander risicovol gedrag.

Critera (DSM-5):
 

  • Terugkerende episodes van eetbuien. Een eetbui wordt gekenmerkt door de volgende twee kenmerken:

    • Eten in een afgebakende periode (bijvoorbeeld 2 uur) van een hoeveelheid voedsel die beslist groter is dan wat de meeste mensen zouden eten gedurende dezelfde tijd onder dezelfde omstandigheden.

    • Een gevoel van gebrek aan controle over het eten gedurende die episode (bijvoorbeeld een gevoel dat men niet kan stoppen met eten; geen controle over wat of hoeveel men eet).

  • Terugkerend inadequaat compensatiegedrag om gewichtstoename te voorkomen, zoals zelfopgewekt braken, misbruik van laxeermiddelen, diuretica of andere medicatie, vasten, of excessief bewegen.

  • De eetbui en het compensatiegedrag kwamen allebei gemiddeld één keer per week voor in de laatste drie maanden.

  • De zelfwaardering wordt onevenredig sterk beïnvloed door het figuur en het gewicht.

  • De stoornis vindt niet alleen plaats gedurende episodes van Anorexia Nervosa.

De ernst van Boulimia Nervosa wordt bepaald door de frequentie van het compensatiegedrag. Wanneer eetbuien zich minder frequent of minder langdurig voordoen, maar de andere symptomen wel aanwezig zijn, wordt gesproken van subklinische Boulimia Nervosa of Boulimia Nervosa met lage frequentie en/of van beperkte duur. Wanneer de persoon enkel purgeergedrag vertoont en geen eetbuien heeft, wordt gesproken van een Purgeerstoornis. Deze stoornissen vallen onder de categorie ‘andere specifieke eetstoornissen’.

De lifetime prevalentie van Boulimia Nervosa bij jonge vrouwen tussen 10 en 30 jaar in België wordt geschat op 3,8%.

De behandeling bestaat uit psycho-educatie, cognitieve gedragstherapie in combinatie met familietherapie, en eventueel ondersteuning met psychofarmaca.

Eetbuistoornis

Critera (DSM-5):
 

  • Herhaalde episodes van eetbuien. Een eetbui wordt gekenmerkt door de volgende kenmerken:

    • Eten in een afgebakende periode (bijvoorbeeld binnen twee uur), van een hoeveelheid voedsel die beslist groter is dan wat de meeste mensen zouden eten gedurende die periode in dezelfde omstandigheden.

    • Een gevoel van gebrek aan controle over het eten gedurende een eetbui (bijvoorbeeld een gevoel dat men niet kan stoppen met eten of controleren hoeveel men eet).

  • Een eetbui hangt samen met drie (of meer) van de volgende kenmerken:

    • veel sneller eten dan gebruikelijk

    • eten tot men zich onaangenaam vol voelt

    • eten van een grote hoeveelheid voedsel terwijl men lichamelijk geen honger heeft

    • alleen eten omdat men zich schaamt over hoeveel men eet

    • na afloop van de eetbui voelt men zich walgelijk, depressief of schuldig

  • Het hebben van eetbuien gaat gepaard met sterke gevoelens van stress

  • De eetbui vindt gemiddeld (minstens) 1 keer per week plaats gedurende drie maanden.

  • De eetbui wordt niet gevolgd door terugkerend inadequaat compenserend gedrag (bijvoorbeeld zelfopgewerkt braken, vasten, extreem veel bewegen) en gebeurt niet exclusief gedurende een periode van Anorexia Nervosa, Boulimia Nervosa of een Vermijdende/restrictieve voedselinnamestoornis.

De ernst van de Eetbuistoornis wordt bepaald door de frequentie van de eetbuien. Wanneer eetbuien zich minder frequent of minder langdurig voordoen, maar de andere symptomen wel aanwezig zijn, wordt gesproken van subklinische Eetbuistoornis of Eetbuistoornis met lage frequentie en/of van beperkte duur. Wanneer de eetbuien enkel plaatsvinden bij het ’s nachts wakker worden, wordt gesproken van Nachtelijk Eetsyndroom (‘Night Eating Syndrome’). Deze stoornissen vallen onder de categorie ‘andere specifieke eetstoornissen’. Doordat voor de eetbuien niet gecompenseerd wordt, gaat de eetstoornis vaak gepaard met overgewicht of obesitas. Er zijn geen cijfers over de prevalentie van de Eetbuistoornis in België.

In de DSM-5 worden de overige eetstoornissen gediagnosticeerd onder ‘andere specifieke eetstoornissen’. Hieronder vallen de eerder genoemde purgeerstoornis en het nachtelijk eetsyndroom, maar ook atypische anorexia nervosa (waarbij iemand veel afgevallen is en voldoet aan de andere kenmerken van anorexia nervosa, maar waarbij er doordat het startgewicht hoog lag, volgens de BMI-curves nog geen sprake is van ondergewicht).

Anorexia
Boulimia
Eetbuistoornis
bottom of page